MARCEL VAN HOEF EPPE DE HAAN 25 november t/m 23 december Marcel van Hoef ‘Ik zou graag eens twintig minuten in een van jouw schilderijen zitten’, vertrouwde een liefhebber van het werk van Marcel van Hoef de kunstenaar laatst toe. Als dat geen compliment is. In zijn nieuwste stedelijke landschappen en interieurs zien we sporen van menselijk handelen, maar overheerst de verstilde natuur. Kraakheldere luchten en warm licht geven zijn schilderijen een zonnig karakter.
Toch ogen de grotendeels verlaten tuinen, terrassen, parken en pleinen bij nadere bestudering niet zo vredig als je op het eerste gezicht misschien denkt. In zijn geraffineerde composities speelt Van Hoef een spel met de verbeelding. Door meerdere werelden samen te voegen componeert hij een nieuwe, mysterieuze werkelijkheid. Een virtuele wereld die de kijker nieuwsgierig maakt en je doet afvragen wat er aan de hand is.
De droomwerelden die zo ontstaan, bouwt Van Hoef op uit materiaal dat hij tijdens zijn reizen verzamelt. De afgelopen jaren bezocht hij metropolen als Hong Kong, Tokyo en Dubai om daar processen van verandering te bestuderen. Gebieden die op politiek, sociaal, economisch en/of cultureel terrein in ontwikkeling zijn verschaffen hem motieven voor zijn schilderijen. Het lijnenspel dat hij toepast maakt dat het werk soms doet denken aan een maquette. Zo ontwerpt Van Hoef zijn ideale steden.
Van Hoef: ‘‘In Dubai wordt het hoogste gebouw ter wereld gebouwd. Waarom? Eppe de Haan Van een Nederlandse kunstenaar die in Italië woont en werkt valt gemakkelijk een romantisch beeld te scheppen. John Sillevis, kunsthistoricus en voormalig hoofdconservator van het Gemeentemuseum Den Haag, verhaalt in zijn boek over Eppe de Haan* hoe goed tafelen, converseren en het kunstenaarschap samen kunnen gaan. Ook beeldhouwer Eppe de Haan kan daarvan genieten. Al vindt hij het belangrijk een vaste regelmaat aan te houden in zijn werk. Hij start zijn dag het liefst vroeg in de ochtend in zijn atelier, in plaats van eerst een aperitief te drinken op het stadsplein.
Eppe de Haan werd opgeleid als schilder aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Sinds 1993 houdt hij zich nadrukkelijk bezig met beeldhouwwerk, zowel in steen als in brons.
Zijn geliefde materiaal is marmer en zijn onderwerp is het menselijk lichaam, dat hij ziet als een, zoals hij het formuleert, ‘sensueel, anatomisch landschap’. Soms zijn de vormen nog onderdeel van het blok marmer, soms maakt hij de figuren vrijstaand. De Haan hangt aan een streng schoonheidsideaal. Hij geeft de lichamen vaak wat doorzichtigs mee, zoals een torso die halverwege de borst is geopend, wat lucht en ruimte geeft. Aan John Sillevis, vriend en bewonderaar van zijn werk, vertrouwde de beeldhouwer toe hoe zijn werken tot stand komen: ‘Een ader in het marmer kan inspirerend werken. Plotseling zie ik de vorm van een neus, een voorhoofd of een mond voor me. De richting van de aderen en de vorm van het ruwe blok marmer bepalen voor mij wat ik ervan maken zal.’ De Haan werkt niet naar model. ‘Als ik een model voor me zie, voel ik mij verplicht de individuele trekken van dat model weer te geven. Dat voelt als een soort gebondenheid die ik mezelf niet wil opleggen. Wat mij het meest inspireert is de vorm van het marmerblok zoals ik het aantref. Als ik er naar kijk, weet ik al wat ik wil maken. Een kop, een fragment van een gezicht of een torso. En door mijn voorliefde voor dans heb ik zo veel perfecte lichamen gezien dat ik maar bij mijn herinneringen te rade hoef te gaan om een perfect lichaam in marmer uit te hakken.’ Wat De Haan ook fascineert is het androgyne in een gezicht; uitgesproken mannelijke trekken en dan toch een zweem van iets vrouwelijks. Het is een fascinatie die al in de oudheid bestond en nog steeds actueel is. Zijn werk is volgens bewonderaars een voortdurend balanceren tussen houden van, vasthouden en loslaten. ‘Het is die spanning maar ook die tederheid die zijn beelden zo bijzonder maken. Zijn marmeren koppen, buiten elke menselijke proportie, tonen innerlijke verstilling. Het zijn peinzende filosofen die zonder woorden zeggen wat ze denken.’ Maaike Staffhorst * John Sillevis, ‘Eppe de Haan’. Zwolle, 2002. |
||||||||||||||||