PETER VAN POPPEL
De zichtbare onzichtbaarheid van Peter van Poppel Peter van Poppel bevindt zich al tientallen jaren in de Bermudadriehoek van de Nederlandse schilderkunst. Hij is de zich continu verdekt opstellende spreekstalmeester van het circus VTR. Iedere dag betreedt hij zijn relatief kleine atelier. Een gesloten kamer met uitzicht op de hemel. Peter van Poppel probeert in zijn zelf gekozen isolement de waanzin van Van Gogh te combineren met de sereniteit van Carel Fabritius, hetgeen hem regelmatig lukt. Hij moet immers overleven. In het atelier geeft hij een steeds terugkerend luctor et emergo vorm via vaak magistraal geschilderde intimiteiten, vol troost, ontroering en een onverhulde erotiek. Zij vormen de denkbeeldige kleine drempeltjes in het hoofd van de kijker. Onbewoonde eilandjes in de oceaan van de herinnering, terwijl de schipbreukeling zelf zich als een sardonisch-lachende faun achter de verre horizon heeft teruggetrokken, om uiteindelijk in het niets te verdwijnen. Arie van Geest
‘TOT TROOST EN VERMAAK’ Een goede bekende in de wereld van de realistische schilderkunst is Peter van Poppel (1945). Erkenning voor deze schilder blijkt uit het feit, dat hij geselecteerd is voor de internationale tentoonstelling ‘Leve de Schilderkunst!’ die tot en met 6 mei 2007 gehouden wordt in de Kunsthal Rotterdam. In Utrecht genoot Van Poppel zijn opleiding aan de School voor de Grafische Vakken, wat mede bepalend is geweest voor Van Poppels precieze en verfijnde manier van werken. Na zijn studie nam hij deel aan diverse groepstentoonstellingen en betrok in Utrecht een eigen atelier. Na zijn deelname in 1966 aan de Utrechtse kunstmarkt en succesvolle deelname aan een ‘Realiteitenkabinet’ in het Amsterdamse Arti et Amicitae werd hij uitgenodigd voor diverse tentoonstellingen in binnen- en buitenland.
In betrekkelijke afzondering ontstond een gestage stroom van schilderijen en gouaches van hoge kwaliteit, doorgaans op klein formaat. Over zijn begintijd zegt hij: ‘Ik was toen meer georiënteerd op de 17de eeuw, later ontdekte ik de Belgische expressionisten. Bij o.a. Dolf Zwerver en Han Mes zag ik dat je ook autobiografischer te werk kon gaan. Ik ging die drempel over in 1968. Toen maakte ik een schilderij dat mij de ogen opende en me de rest van mijn schildersleven beinvloeden zou (‘Portret van een vriendin’). De toeschouwer ontdekt in Van Poppels werk allerlei toespelingen op de schilderkunst uit het verleden en die van tijdgenoten. Soms betreft het verwijzingen naar religieuze thema’s -vooral sinds de jaren negentig- bijvoorbeeld in schilderijen als ‘Lucas’, ‘Kersenkroon’ en ‘Maria M’. Dit laatste werk is te zien is op de tentoonstelling in Galerie Quintessens. Van Poppels voorstellingen zijn veelal gesitueerd in een huiselijke omgeving waarbij de personages met hun stemmingen, emoties en erotische gevoelens een hoofdrol spelen. Soms spelen heftige emoties zich af in een verstilde, neutrale sfeer, wat een bijzonder spanningsveld creëert. Het schilderij ‘Klein leed’, dat eveneens op de tentoonstelling in Galerie Quintessens hangt, gaat nog een stap verder: de tranen van de vrouw stollen en zetten zich voort als parels in het gestileerde kapsel. Jetty Krijnen . |