RAVAGE Het avondland van de Westerse beeldtraditie Leven wij nog in de Romantiek? Die vraag wordt al enige tijd door een aantal cultuurhistorici gesteld. De Romantiek, het ‘gevoelstijdvak’ van de 19de eeuw dat we associëren met schrijvers als Beaudelaire en schilders als Caspar David Friedrich, Runge en Delacroix, is zij weer terug, of is zij juist nooit weggeweest?
Het lijkt erop dat we geneigd zijn te denken in een nieuw ‘verlicht’ tijdperk te leven van technische vooruitgang, maar hoe verklaren we de huidige groeiende behoefte aan religie, de nog sterk bestaande gevoelens van nationalisme en de drang tot het bewaken van de eigen identiteit. Deze gevoelens komen voort uit die 19de eeuw waarin vele naties hun huidige vorm kregen. De Romantiek is kennelijk zwaarder verankerd in onze culturele wereld dan op het eerste oog lijkt. Zo zien we in de eigentijdse cultuur dezelfde thema’s als die uit de 19e eeuw; oorlog en onderdrukking tegenover vrijheidsidealen, maar ook liefde, trouw en verraad. Onze afstand tot die 19e eeuwse geesteshouding is wellicht gering. Hoogleraar filosofie Jos de Mul stelt: ‘Er bestaat binnen het postmodernisme een soort ‘huwelijk’ met die Romantiek, een ‘Romantisch verlangen in de (post)moderne kunst en filosofie.’
In dit licht moeten we het oeuvre van Ravage, Clemens RAmeckers (1949) en Arnold VAn GEuns (1949) waarschijnlijk ook zien. De thematiek en onderwerpkeuze van het duo zijn verwant aan die lange traditie die onze westerse cultuur kenmerkt. Zo zagen we al eerder de historische personages als Jeanne d’Arc en cruciale gebeurtenissen als de slag bij Solferino die zo bepalend zijn voor onze Europese culturele identiteit. Ravage beeldt haar personages uit met ingetogen grandeur, frontaal, in een geïsoleerde ruimte en ontdaan van afleidende details. Geen videokunst of installaties, hier geldt McLuhan’s statement ‘the medium is the message’. Ravage wil in die zin niet eigentijds zijn. Het poogt om de mystiek van een andere ‘Zeitgeist’ opnieuw vorm te geven om ons te wijzen op een soort verwantschap. Daarom wordt er ook gekozen voor papier, canvas, ceramiek en brons, materialen die net als de onderwerpen in een lange traditie staan. Bovendien is het handschrift van de beeltenissen van een wellicht langzaam uitstervende soort. Een bijna niet meer te vinden ‘sprezzatura’ van lijnvoering en partijen die zonder enige moeite of hapering in elkaar overgaan, altijd herkenbaar door zijn eigen beeldtaal en oog voor detail.
Details spelen bij Ravage een grote rol, ze zijn bepalend voor de gelaagde iconografie van de voorstelling. Nergens lijkt er een eenduidige betekenis en zijn er subtiele aanwijzingen voor andere invalshoeken. Soms worden beeld en onderschrift met elkaar gecombineerd, een krachtige formule die we al zien bij de 17de-eeuwse ‘emblemata’ van Cesare Ripa, lange tijd van grote invloed in Europa. Er is echter een groot verschil, de ‘emblemen’ van Ravage laten ruimte voor een grote dosis melancholie, ze zijn soms cynisch of humoristisch, dit laatste overigens niet altijd met opzet. Dat maakt hun wezenlijk anders. Nooit is er helemaal de vinger op te leggen en blijft die ‘beweeglijkheid’ van betekenis ons bezighouden of zelfs plagen. In die zin zijn de mystiek die Ravage toepast, maar ook het ´escapisme´ naar vergane tijden en het zoeken naar een eigentijdse grandeur, voorbeelden die illustreren dat de Romantiek nog steeds niet is afgesloten en dat haar geest ons nog niet los laat. Ravage neemt ons mee op een wandeling door het avondland van onze complexe beeldtraditie en dwingt ons beter te kijken naar hoe wij heden omgaan met typologieën in de kunst.
Anne van Geuns Foto's Bastiaan van den Berg |