HOME   PROGRAMMA   ARCHIEF   CONTACT 

Vittorio Roerade
Tandengeknars en ontroering
7 april t/m 15 mei 2004


Tot 1997 concentreerde Vittorio Roerade (Den Haag, 1962) zich vooral op schilderkunst. Met volharding worstelde hij zich door een woud van mogelijkheden. Hij was streng voor zichzelf. Misschien wel te streng. Maar dat is wijsheid achteraf. Pas toen hij epoxyhars ging gebruiken en op het spoor gezet werd van de aquarelkunst, slaagde hij erin een doorbraak te forceren. “Hoewel ik met hart en ziel aquarelleer, voel ik me toch vooral schilder,” geeft hij volmondig toe.

Roerade koestert de overdaad in zijn werk. Hij gaat bonte kleurenpracht niet uit de weg. Aureolen van vogels en bloemen omkransen gezichten van identiteitloze personen. Ook duiken hoofden op temidden van grillige takkenstelsels of complexe spinnenwebstructuren. Daarnaast komen series voor waarin vertederende fantasiedieren of gedeformeerde, anonieme kinderportretten een hoofdrol opeisen. Over de vraag of hij vanuit zijn intuïtie werkt, moet de kunstenaar nadenken. Uiteindelijk blijft het antwoord in de ruimte zweven. Zeker is wel dat hij zich tijdens het scheppingsproces graag aangenaam laat verrassen. Wanneer de resultaten een goed gevoel geven, weet hij dat hij ermee door moet gaan. “Het is een prettige bijkomstigheid als het lukt om jezelf te verbazen,” bekent hij. Onder invloed van het aquarelleren zijn de schilderijen losser geworden. Hoewel Roerade nog steeds streng is voor zichzelf, durft hij zich tegenwoordig zowel op papier als op doek vrijer te uiten. Het hiërarchische denken over schilderkunst en aquarelkunst is definitief doorbroken. De ene discipline is niet ondergeschikt aan de andere. De kruisbestuiving tussen beide is van cruciaal belang geweest voor zijn verdere ontwikkeling en artistieke groei. Vóór de experimenten met epoxyhars en de verovering van het aquarelleren had hij het gevoel dat er een wilde energie in hem zat die niet vrij kwam. Dank zij de openbaring die zich manifesteerde in zijn aquarellen, kon hij ook als schilder weer vooruit.

Roerade is ambitieus en veeleisend. Hij maakt er geen geheim van dat de doorbraak in zijn werk lang op zich liet wachten. Jarenlang zocht hij naar mogelijkheden om ambivalenties te verbeelden. Hij wilde de grote thema's leven, liefde en dood niet eenzijdig benaderen. De tweeslachtigheid moest niet alleen formeel zichtbaar worden gemaakt, maar ook geloofwaardig overkomen zonder dat het beeld te illustratief, sentimenteel of decoratief zou worden. Tot 1997 slaagde hij daar niet in. Daarna wonnen de rust, ervaring en zelfverzekerdheid terrein. De experimenten vlogen niet langer uit de bocht en de kunstenaar durfde dogma's overboord te zetten waar hij zich lange tijd aan had vastgeklampt.

Dingen laten gebeuren zonder je hoofd te verliezen of je aandacht te laten verslappen. Daar gaat het volgens hem om. In zijn recente werk krijgen associaties de ruimte en is uitbundig kleurgebruik niet langer taboe. Roerade gaat nu vrijmoediger met de beeldmiddelen om zonder vrijblijvend te worden. Hij geeft toe aan zijn voorliefde voor zinnelijke kijkervaringen, maar gaat niet luchthartig voorbij aan het tandengeknars en de ontroering die de visuele spanning in zijn werk veroorzaken.



Wim van der Beek




© 2010 Galerie Quintessens