TONY VAN DE VORST Tony van de Vorst Tony van de Vorst is gefascineerd door de vrouw in al haar facetten. In een interview zegt zij hierover: ‘Zie mijn werk als een neerslag van allerlei mogelijkheden in het leven van een vrouw, die ik probeer te transformeren tot een universeel herkenbaar symbool’. Vanaf 17 mei toont ze opnieuw haar werk in Galerie Quintessens waarbij verschillende recente nieuwe beelden. Aards Paradijs (1990-1998)is de titel van een van haar eerste series. ‘Ik maakte deze beelden in de bloeitijd van het feminisme. Ik beschouw mezelf weliswaar niet als een feministisch beeldhouwster, maar ik vroeg me naar aanleiding van mijn traditionele opvoeding toch af: in hoeverre klopt het wat ik geleerd heb?’ Beelden als Lilith en Carmen tonen dit onderzoek naar de rol van de vrouw. Ze belichamen de mogelijkheden van de vrouw die verlost is van de Christelijke traditie. De beelden laten krachtige vrouwen zien, vrouwen die, zoals Tony van de Vorst het noemt, ‘goed in hun vel zitten’.
Zo sterk als de vrouwen in Aards Paradijs waren, zo kwetsbaar zijn de vrouwen in de serie van oosterse bruiden. ‘De oosterse bruiden zijn gekomen na een periode van bezinning. Ik had hoge eisen aan Aards Paradijs gesteld, maar heb de serie niet af kunnen ronden. Na het hoogtepunt dat deze serie vormde was het bovendien moeilijk om verder te werken, om mezelf weer argeloos te maken en een nieuw avontuur aan te gaan. Ik heb toen een herstelproces doorgemaakt, waarbij ik me verdiepte in oosterse filosofie’. De beelden die uit deze periode voortkomen tonen de houding van de oosterse bruid: onzeker en nieuwsgierig, fragiel maar tegelijkertijd verwachtingsvol.
Tony van de Vorst borduurt voort op Oosterse bruid in haar beeld Bruid met vlinder (2007). De bruid die zich manifesteert in Oosterse bruid heeft zich in dit nieuwe beeld bevrijd van haar verlegenheid en presenteert zich half ontkleed: ‘Ik hoopte dat ze dat zou kunnen verdragen’. De Bruid met vlinder wordt opgevolgd door haar nieuwste beeld, dat de bruid weer gekleed toont, maar met duidelijk zichtbare contouren. Het accent ligt nu vooral op haar vlecht. De zelfbewuste, ingetogen manier waarop de bruid met haar kapsel bezig is, geeft de toeschouwer het vermoeden dat ze een geheim bewaart, zoals bij veel van de zogenaamde bruidbeelden. Een ander net voltooid beeld is dat van een zwarte vrouw die schijnbaar op een catwalk loopt. Het is een beeld met een knipoog, want de maten van het model voldoen niet aan het westerse schoonheidsideaal. De alleenheerschappij van de vrouw in het oeuvre van Van de Vorst roept de vraag op of er ooit ruimte zal zijn voor een beeld van een man. Desgevraagd vertelt de kunstenares, dat zij zich niet kan vereenzelvigen met het wezen van de man, en dat dit er dus niet van zal komen. Wel maakt ook portretten van mannen, weliswaar naar model. Momenteel werkt zij in opdracht van het Rijksmuseum aan het portret van voormalig directeur Ronald de Leeuw. Voor het vrije werk van Tony van de Vorst zal blijven gelden dat het vrouwenthema prevaleert, wat niemand zal teleurstellen als het aanzet tot de creatie van nog meer van deze markante beelden. Willemijn van Dorp
Willemijn van Dorp ontdekte begin jaren ‘90 in Cornwall hoeveel sterker en spannender haar boodschap werd als deze ontdaan was van het figuratieve. Andere schilders uit de streek, zoals Ben Nicholson, Patrick Heron en Peter Lanyon, inspireerden haar tot een abstracte weergave van waterlandschappen. Negen jaar later vond Van Dorp, die van ’81 tot ‘85 studeerde aan de Rijksacademie Amsterdam, werkruimte aan de Waal. In dit nieuwe atelier kreeg haar liefde voor waterlandschappen en havenbeelden ruim baan, geabstraheerd te zien in veel van de werken die getoond zullen worden.
Willemijn van Dorp kwam als kind al veel in aanraking met stromend water tijdens zeiltochten: ‘Een stilstaande plas water doet me weinig, het is het stromende, het bewegende, het licht van water wat me trekt. Als ik er een takje ingooi, moet ik het zien bewegen’. Van Dorp wil de toeschouwer laten voelen dat water energie en vrijheid biedt. Een werk moet naar haar idee kunnen zingen of dromen. Het moet de toeschouwer naar een sfeer voeren die daarvoor ruimte geeft, zoals water dat kan. Van Dorp beoogt een visuele dialoog tussen haar werk en de toeschouwer. Ze zoekt mensen die een eindje met haar mee willen reizen: ‘Ik hoop op medereizigers naar de vrijheid’. Marianne van Dijk
|